Dani Alves stroomde in 2001 vanuit de jeugdopleiding van EC Bahia door naar het eerste elftal. Op 11 november maakte hij zijn professionele debuut als basisspeler voor EC Bahia in de met 3-0 gewonnen wedstrijd tegen Paraná Clube in het Estádio Fonte Nova. In 2002 werd hij gecontracteerd door Sevilla FC. Aanvankelijk speelde de Braziliaan als rechtermiddenvelder, maar na het vertrek van rechtsback Sergio Ramos in 2005 naar Real Madrid schoof Dani Alves een linie naar achteren. Hij was één van de prominente spelers in het team van Sevilla FC dat in 2006 zowel de UEFA Cup als de UEFA Super Cup won. In de UEFA Cup-finale tegen het Engelse Middlesbrough FC (4-0) gaf Dani Alves de assist op zijn landgenoot Luís Fabiano voor het eerste doelpunt. In 2007 prolongeerde Sevilla FC de UEFA Cup en bovendien werden ook de Copa del Rey en de Supercopa de España dat jaar gewonnen. In juni 2008 vertrok Dani Alves voor ongeveer 30 miljoen euro naar FC Barcelona. Met FC Barcelona won hij in 2009 de Spaanse landstitel, de Copa del Rey, de UEFA Champions League, de Supercopa de España, de UEFA Supercup en het wereldkampioenschap voor clubs. In de Champions League-finale tegen Manchester United moest hij echter geschorst toekijken. In 2010 werd Alves met FC Barcelona wederom Spaans kampioen. In 2011 won hij met FC Barcelona de Spaanse landstitel, de Champions League en de Supercopa de España. Vanaf het seizoen 2013/14 speelde hij met het rugnummer 22, als eerbetoon aan zijn ex-ploegmaat Eric Abidal.
Dani Alves liet FC Barcelona na acht jaar achter zich en tekende in juni 2016 een contract tot medio 2018 bij Juventus, de kampioen van Italië in de voorgaande vijf seizoenen. In zijn verbintenis werd een optie voor nog een jaar opgenomen.[1] Alves won in zijn eerste jaar in Italië zowel het landskampioenschap als de nationale beker met Juventus. Hij liet in juni 2017 na één seizoen zijn contract ontbinden. Hij tekende in juli 2017 vervolgens een tweejarig contract bij Paris Saint-Germain.
Dani Alves won in december 2003 het wereldkampioenschap voetbal onder 20 in de Verenigde Arabische Emiraten. In de finale won hij met Brazilië van Spanje en Dani Alves won de Bronzen Bal voor beste speler van het toernooi achter Ismail Matar en Andrés Iniesta. Op 10 oktober 2006 maakte Dani Alves zijn debuut in het Braziliaans nationaal elftal in een oefenwedstrijd tegen Ecuador. Hij maakte ook het derde doelpunt tegen Argentinië in de finale van de Copa America. In 2009 won Dani Alves met Brazilië de Confederations Cup. Hij maakte uit een vrije trap het winnende doelpunt in de halve finale tegen gastland Zuid-Afrika. Hij behoorde tot de Braziliaanse selectie voor het wereldkampioenschap voetbal 2010. Daarmee wist hij niet de finale te halen na een 2–1 nederlaag tegen Nederland in de kwartfinale. Vier jaar later speelde hij ook op het WK van 2014 in Brazilië.
Dani Alves speelde op 16 november 2016 zijn honderdste interland, een met 0–2 gewonnen WK-kwalificatiewedstrijd in en tegen Peru. Daarmee werd hij de dertiende speler ooit die honderd of meer keer voor het Braziliaans elftal speelde.[2]