Wie zijn wij?   Plattegrond Malben   Contact met Malben    Zoeken in Malben    Recepten   

Zacharia 8:23
Zo zegt Hashem van de legerscharen: In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de volken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is.

tzedakah


Jeela

Jeela

plaatje

Zaterdag 24 december 2016.
Lezen Parasja: Wajesjev: Genesis 37:1-40:23
Sabbat Psalm 112.
Profetenlezing: Amos 2:6-3:8.
Zie hiervoor ook de artikelen hiernaast!

Malbenhoekje van Jaïr

Vergeet niet zijn Malbenhoekje over de parasja
van deze week!

  1. Genesis
  2. Exodus
  3. Leviticus
  4. Numeri
  5. Deuteronomium

kislev

chanoeka

Psalmrooster
voor de maand Kislev.
Voor een Hebreeuwse Kalender zie hier.
1 december
2 december
3 december
4 december
5 december
6 december
7 december
8 december
9 december
10 december
11 december
12 december
13 december
14 december
15 december
16 december
17 december
18 december
19 december
20 december
21 december
22 december
23 december
24 december
25 december
26 december
27 december
28 december
29 december

Een enkele toelichting op verzen uit de Psalmen.

Index met afzonderlijke Psalmen

Hitbodedut
Het gebed is het machtigste wapen op aarde

Fossiel
Een versteende plant
of een versteend dier
en soms een mens
waarvan het hart ontnomen is

Omheining
Wetten, wetten en nog eens wetten
maar wie zou er anders op letten
dat zonder al die wetten, een
gapende afgrond ons zal bezetten

Messias
Daar gaat hij
maar niemand die hem ziet
alleen een kleine jongen
rent en grijpt zijn hand,
Messias, mag ik met je mee

Puntigheden door Jael

Zie ook haar Versregels 1998 en andere puntigheden
B"H

Prikbord

Wie was Shem
In de Tora wordt Shem als zoon van Noach het eerst genoemd. Volgens de Joodse traditie was Shem echter de jongste zoon van Noach. Hij was de voorouder van Abraham. Hij was een profeet en priester. Melchizedek de koning van Salem, die in Genesis 14:18-20 wordt genoemd, is Shem. Shem had een school (bet ha midrash) samen met Eber, waar Tora werd gestudeerd - o.a. waren Abraham en Jacob hun leerlingen - en ook hadden zij een "bet din" - rechtbank, waar recht werd gesproken op basis van de Noachitische wetten.

Parasja van de week
Elke vrijdag wordt deze index vernieuwd met informatie over de parasja van de week. Welke parasja dit is vindt u in de linker kolom.
Orthodoxe joden lezen door het jaar heen elke week een gedeelte van de Tora. Dit noemt men een parasja. De vijf boeken van Mozes zijn in 54 parasja’s verdeeld. Het joodse jaar telt gewoonlijk slechts 50 weken en op sommige weken wordt vanwege een feestdag een andere tekst gelezen; daarom leest men sommige weken twee parasja's. Op het feest van Simchat Thora (de Vreugde van de Leer) leest men het laatste deel van Devariem (Deuteronomium) en het eerste van Beresjiet (Genesis). Hiervoor worden twee rollen tegelijkertijd geopend, hetgeen symboliseert dat de Tora(studie) eeuwigdurend is. Voor een overzicht van de parasja's voor het joodse jaar 5777 (2016/2017) zie hier.






Indeling van de Tora
Wie verdeelde de Tora in wekelijkse lezingen, hoofdstukken en verzen?
Zie hier voor het antwoord.

Dagelijks te lezen psalmen
Misschien is het iets voor u om, gerelateerd aan de Joodse kalender, elke 29 of 30 dagen het hele Psalmboek uit te lezen. Om het u gemakkelijk te maken hebben wij een rooster opgenomen in de linker kolom van deze indexpagina. Wanneer u daarbij op de te lezen Psalmen klikt krijgt u een pagina met, daarin opgenomen, alle Psalmen die gelezen moeten worden.

Wat is Nieuw
Nieuwe artikelen en aanpassingen op Malben

Wajesjev (en hij woonde) - in een notendop

Genesis 37:1-40:23

Jacob is nu 100 jaar oud, hij besluit om met zijn twaalf zonen in Hebron te blijven. Hij houdt meer van zijn zoon Jozef dan van zijn andere zonen en dus geeft hij hem een speciaal veelkleurige mantel als een geschenk. De broers van Jozef zijn jaloers op hem. Jozef vertelt dan zijn broers over twee dromen die hij over hen heeft gehad, en worden ze nog bozer op hem.

De broers gaan naar velden in de buurt van Sichem om hun schapen daar te laten weiden. Jozef blijft thuis om Jacob gezelschap te houden, maar na een poosje, stuurt Jacob hem naar zijn broers om te zien hoe het met ze gaat. Simon en Levi besluiten Jozef te doden, maar Ruben overtuigt hen het niet te doen; hij stelt voor Jozef in een put te gooien, daarbij overweegt hij dat hij later terug zal komen om hem uit de put te redden. Ruben gaat dan terug naar huis om dat het zijn beurt is om voor Jacob te zorgen, en terwijl hij weg is verkoopt Juda Jozef aan een karavaan van Ismaëlieten. Toen Ruben ontdekte dat Jozef was verkocht, was hij erg overstuur.

De broers bedriegen dan hun vader Jakob, door de speciale mantel van Jozef in het bloed van een geit te dompelen, dat vergelijkbaar is met het bloed van een mens, zodat Jacob denkt dat Jozef gedood werd door een wild dier. Jacob is vol verdriet als hij rouwt om Jozef en niemand is in staat om hem te troosten. De Ismaëlieten verkopen Jozef aan Midianieten die hem naar Egypte brengen en hem aan Potifar verkopen, een dienaar van de Farao, de koning van Egypte.

Jozef wordt door God gezegend: Hij is zeer geliefd bij iedereen en alles wat hij doet is succesvol. Hij wordt al snel belast met de leiding van het huis van Potifar. Op een dag echter, liegt de vrouw van Potifar, door te zeggen dat Jozef haar probeerde te kwetsen. Jozef wordt naar de gevangenis gestuurd, en zelfs in de gevangenis zijn mensen onder de indruk van Jozef, vanwege zijn houding en zijn manier van spreken met anderen. Hij wordt een belangrijk persoon in de gevangenis en wordt verantwoordelijk voor de andere gevangenen.

Op een gegeven moment ontmoet Jozef ontmoet twee belangrijke mensen in de gevangenis: de schenker van de Farao die de leiding over de wijn had en de bakker van de Farao, die de leiding had over het brood. Ze hebben allebei gedroomd, en kunnen de droom niet begrijpen, en Jozef is in staat om de dromen uit te leggen. Hij vertelt hen dat over drie dagen de schenker zal worden vrijgelaten uit de gevangenis en dat de bakker zal worden opgehangen. Jozef vraagt de schenker om de Farao te vragen hem vrij te laten, wanneer hij straks wordt vrijgelaten. En ja hoor, Jozef's interpretatie van de dromen komen uit - de schenker komt vrij en de bakker wordt gedood. Maar de schenker vergeet Jozef en Jozef blijft gevangen.

Door Chani Benjaminson

Parasja Wajesjev, Genesis 37:1- 40:23

Profetenlezing Amos 2:6-3:8

Korenschoven - Van Gogh Na de opsomming van de plaatsen en nageslachten van Esav aan het einde van de vorige parasja, zijn wij nu weer terug bij aartsvader Jacob. Jacob vestigde zich in het land Kanaän en wilde hier na al die jaren van achtervolging en bedrog zich rustig nederzetten. Voor rechtvaardigen wacht echter de echte rust in de komende wereld en niet in deze wereld. Daarom overkwam Jacob nu de gebeurtenissen met zijn zoon Josef. Josef was de geliefde zoon van Jacob omdat hij de eerstgeboren zoon van zijn vrouw Rachel was. Jacob had met zijn profetische visie gezien dat de weg van Josef een andere weg zou zijn dan die van zijn broers. De broers van Josef waren schaapherders en bevonden zich in het veld ver weg van het sociale leven om zo de Tora zonder de wereldse afleidingen te kunnen naleven. De weg van Josef zou echter een weg als koning middenin de wereld zijn. Daarom had Jacob een speciale mantel, als symbool voor koningschap, voor Josef laten maken Behalve deze mantel, leerde Jacob met Josef Tora, terwijl de broers buiten in de velden de kudden weiden. Zo werd Josef spiritueel op het komende voorbereid.

Josef droomde een droom en vertelde deze aan zijn broers. In de droom bevonden zij zich in het veld en waren bezig met het binden van de korenschoven. Opeens richtte de korenschoof van Josef zich op en alle andere korenschoven bogen rondom voor de korenschoof van Josef neer. De broers konden uit de droom begrijpen dat Josef als koning over hen zou heersen en hun haat ten opzichte van Josef vergrootte zich. De broers konden niet in vrede met Josef omgaan. Hoewel broederhaat geen goede eigenschap is, kunnen wij hier toch iets positiefs over de broers leren: hun hart en hun mond waren eender en zij pretendeerden niet dat zij hun broer Josef liefhadden.

De tweede droom van Josef speelde zich af in de hemelse gewesten. In deze droom bogen de zon (Jacob), de maan (Bilha) en elf sterren (de broers) voor Josef. Jacob wees Josef over deze droom terecht om de huisvrede te bewaren. De broers benijdden Josef maar Jacob hield een afwachtende houding aan wat de komende gebeurtenissen zouden brengen.

Ondanks de haat en het daarmee gepaard gaande gevaar, stuurde Jacob Josef naar zijn broers toe. Josef stond onmiddellijk klaar om de opdracht van zijn vader uit te voeren. Toen Josef uiteindelijk zijn broers in Dotan had gevonden, namen de broers de kans waar om aan hun haat uiting te geven. Ruben als oudste zoon wilde geen moord begaan en vond een tussenoplossing om Josef in de put te werpen. Ruben had de bijbedoeling om Josef op een later tijdstip uit de put te halen en om hem weer naar zijn vader terug te brengen. De broers namen hem de mantel af en wierpen Josef in de put.

De put was zonder water, maar wel vol met slangen en schorpioenen die zich in de muren van de put verstopt hadden en verstopt bleven. Omdat Josef een rechtvaardige was, beschermde HaSjem hem voor die gevaarlijke dieren. Ook de welriekende handelswaar van de Ismaeliëten was een teken van HaSjems bescherming. Tijdens de verkoop van de 17 - jarige Josef hielden bij de broers de haat en de jaloersheid op te bestaan. Zij zagen dit als een teken uit de hemel dat hun daad goedgekeurd werd. Josef werd vele malen verkocht totdat hij uiteindelijk bij Potifar in Egypte terecht kwam. Josef kreeg onderweg toestemming om bij het graf van zijn moeder Rachel in Efrat te bidden. Bij het graf weende Josef en zei: "Moeder, mijn moeder kijk en zie hoe je zoon als een slaaf verkocht is en er is niemand die zich over mij ontfermt!" Na veel smeekbeden hoorde Josef de stem van zijn moeder en zij zei tegen hem: "Josef, mijn zoon, ik weet van je last en nood. Maar wacht op HaSjem en wees niet bang want HaSjem is met je en Hij zal je uit al je noden redden."

Na de verkoop keerden de broers met angst en beven met de bloed besmeurde mantel van Josef naar hun vader Jacob terug. De broers hadden een geitenbokje geslacht om daarmee de mantel te bestrijken, alsof een wild dier Josef had verslonden Het bloed van een geitenbokje komt namelijk zeer overeen met het bloed van een mens. Jacob was en bleef ontroostbaar. Wanneer iemand overlijdt is het geheel volgens de regels van de natuur dat deze persoon na verloop van tijd vergeten wordt. Echter hier geldt dat Josef niet is overleden en daardoor was Jacob al die 22 jaren van scheiding ontroostbaar.

Vervolgens staat hierna in Genesis 37:36 dat Josef naar Egypte is afgedaald en aan Potifar is verkocht. Het daarop volgende vers in Genesis 38:1 gaat over op de afdaling van Juda. Rasji stelt hier de vraag waarom deze twee onderwerpen naast elkaar voorkomen. Juda daalde in zijn grootheid in de ogen van zijn broers omdat de broers het leed van hun vader Jacob niet konden verdragen. Juda had immers het initiatief genomen om Josef te verkopen in plaats van hem te vermoorden. Had Juda hen gezegd om Josef weer veilig thuis te brengen dan zouden zij daarna geluisterd hebben.

In de volgende verzen wordt hier het relaas gedaan over Juda. Juda huwde en er werden hem drie zonen geboren: Er, Onan en Sela. Er huwde met Tamar, maar Er was slecht zoals zijn naam dat aanduidde en HaSjem doodde Er. De letters van de naam Er zijn ayin en resj. Wanneer je deze letters omdraait dat verkrijg je het woord ra. Ra betekent slecht. Vervolgens huwde Onan met Tamar een leviraatshuwelijk. 1) Het gedrag van Onan was niet goed en HaSjem doodde ook hem. De naam Onan betekent iemand die zijn zaad verspilt.

Nu de eerste twee zonen van Juda dood waren, was hij niet van wille om zijn derde zoon Sela aan Tamar uit te huwelijken. Juda stuurde haar terug naar haar vaders huis. De vrouw van Juda stierf en Juda ging de schaapskudden in Timna scheren. Tamar kreeg dat te horen en zij verkleedde zich als een hoer. Zij ontmoetten elkaar en in Juda kwam een sterk (vanuit de hemel gestuurd) verlangen op en kwam tot haar. Ongeveer drie maanden later werd Juda verteld dat zijn schoondochter Tamar gehoereerd heeft en zwanger is. Juda beval haar naar buiten te halen en haar te verbranden. In aller eenvoud en op indirecte wijze om haar schoonvader niet publiekelijk te beschamen zei zij: aan wie deze zegelring, snoeren en staf behoren, van die ben ik zwanger. Juda herkende zijn eigendom en stelde haar in het gelijk omdat hij verzuimd had zijn derde zoon Sela aan haar te geven. Publiekelijk gaf Juda zijn ongelijk toe en dit is een passend gedrag voor een leider en een koning. Wij zien later dat uit Juda de koningen voortkomen. Uit deze zwangerschap werden Perets en Zerach geboren en Perets is de overgrootvader van koning David en derhalve is de Mesjiach, de Messias ook zijn nakomeling.

Nu zijn wij weer terug bij Josef in Egypte. Josef is slaaf in het huis van Potifar. Tijdens het werk was de Naam van HaSjem onophoudelijk in de mond van Josef aanwezig. Potifar begreep dat HaSjem met Josef was en dat Hij alles door de hand van Josef deed gelukken. Daarom stelde Potifar hem over zijn hele huis en over al zijn zaken aan. Nu kreeg Josef te maken met de verleidingen van de vrouw van Potifar. Zij had namelijk in de sterren gezien dat zij kinderen uit Josef zou krijgen. Dit gold echter voor haar dochter Osnat. [Osnat was de dochter van Dina en Chamor die via een omweg naar Egypte was gekomen. Zij werd door Potifar en zijn vrouw als eigen dochter opgevoed. Zij werd later de vrouw van Josef]. Josef weerstond de verleidingen en keek haar zelfs niet aan. Op de feestdag van de Egyptenaren bevond niemand zich in huis en de vrouw van Potifar nam haar kans waar om Josef uiteindelijk te verleiden, maar faalde, en Josef liet een kleed bij haar achter. De vrouw van Potifar verzon een verhaal over het wangedrag van Josef dat hem in de gevangenis deed belanden. Van de positie van een slaaf in een vreemd land daalde Josef nog verder naar beneden als gevangene in een vreemd land. Ook hier in de gevangenis was HaSjem met Josef en HaSjem deed Josef alles op bovennatuurlijke wijze gelukken.

In de gevangenis bevonden zich na deze dingen ook de schenker en de bakker, zij hadden namelijk tegen Farao de koning van Egypte gezondigd. Farao had namelijk een vlieg in de wijnbeker gevonden en een steentje of een kluitje aarde in het gebakken brood en had hen naar de gevangenis gezonden. In de gevangenis droomden zij beiden een droom. De daaropvolgende ochtend vond Josef hen met mismoedige gezichten en vroeg hen wat er gebeurd was. Josef die zelf een gevangene was en genoeg aan zijn eigen leed en nood had, interesseerde zich toch voor zijn medemensen en dit leidde later tot zijn eigen bevrijding uit de gevangenis. Vervolgens verhaalde de schenker de droom die hij had gedroomd. Josef vertelde hem, met hulp van HaSjem, de betekenis van de droom. Over drie dagen zal Farao je positie weer herstellen. Josef voegde hier een eigen wens aan toe en wel om hem bij de Farao te herinneren om hem uit de gevangenis te halen. Omdat Josef hier op mensen vertrouwde en niet op HaSjem vergat de schenker Josef en werd het verblijf van Josef in de gevangenis met twee jaar verlengd. Toen de bakker vernam dat de droom van de schenker een goede uitleg had, verhaalde ook hij Josef zijn droom. Bij deze droom deelde Josef niet onmiddellijk de betekenis mee, alleen op aandringen van de bakker antwoordde hij en zei dat de bakker over drie dagen gehangen zou worden. Wanneer wij deze twee dromen bekijken dan valt op dat de droom van de schenker een actieve droom is. Hieruit kan afgeleid worden dat de schenker weer actief bij de Farao in dienst gesteld zou worden. De droom van de bakker is passief. Er werd van zijn korven door de vogels gegeten en hem stond de doodstraf te wachten.

Bij de uitleg van de droom van de schenker staat geschreven, Genesis 40:12, dat Josef "zei" en bij de uitleg van de droom van de bakker staat geschreven, Genesis 40:18, dat Josef "antwoordde en zei". Josef wilde de slechte tijding niet vertellen. Alleen op aandringen van de bakker antwoordde hij en zei. Hieruit kunnen wij leren dat wij niet zo snel moeten zijn met het vertellen van een slecht bericht.

De volgende parasja luidt: Miqets, Genesis 41:1-44:17
De bijbehorende profetenlezing is 1 Koningen 3:15-4:1

Jael

Noot
1) Wanneer een man komt te overlijden zonder kinderen na te laten dan is zijn broer verplicht om de weduwe te huwen om het huwelijk van zijn overleden broer voort te zetten. Zo niet, dan moet de broer het gebod van de lossing nakomen opdat de weduwe met een ander kan hertrouwen. De lossing vindt plaats op het rabbinaat. Het leviraatshuwelijk komt tegenwoordig niet meer voor; het gebod van de lossing wordt tot op de dag van vandaag uitgevoerd. Een voorbeeld van een lossing komt in de feestrol Ruth voor.

De profetenlezing voor parasja Wajesjev

Amos 2:6-3:8

bereishit

De profetenlezing van deze week bevat een toespeling op de verkoop van Jozef door zijn broers, een incident besproken in de Parasja van deze week.

Amos opent met een berisping aan het adres van het Joodse volk. God had geduld met hen ondanks hun overtreding van de drie hoofdzonden - seksuele ongepastheid, afgoderij en moord. Hun vierde zonde echter ging alle perken te buiten - de mishandeling van de onschuldigen, weduwen, wezen en de armen.

God herinnert het Joodse volk eraan hoe Hij hen vol liefde uit Egypte leidde, hen veertig jaar door de woestijn voerde en hen vestigde in het Heilige Land. Daar schonk Hij aan sommigen de gave van profetie en inspireerde anderen om nazireeërs te worden. Toch reageerde het Joodse volk niet adequaat, door wijn aan de nazireeërs te geven en de profeten te instrueren niet te profeteren.

Amos gaat dan verder met het beschrijven van Gods straf voor hun dwalend gedrag: "En de moedigste onder de helden zal op die dag naakt wegvluchten, zegt Hashem." (2:16)

De profetenlezing eindigt met een vermaning van God, die ook zijn eeuwige liefde voor zijn volk laat zien: "Hoort dit woord dat Hashem sprak tot u, o kinderen Israel's, tot het hele geslacht dat Ik uit het land Egypte heb geleid: 'Alleen heb Ik u gekend uit alle geslachten der aarde. Daarom zal Ik u vergelden al uw ongerechtigheden'." (2:16-3:2)

In tegenstelling tot andere volkeren waaraan God niet zoveel aandacht geeft, komt Gods liefde voor Zijn volk tot uiting dat Hij hen straft voor hun wandaden, om hen te reinigen en aan te sporen terug te keren op het pad der rechtvaardigen.

Bron: Haftorah in a Nutshell

© Malben - Studiecentrum voor Noachieten uit de vier windhoeken!